Wijnproeven kan iedereen!

Het is eigenlijk niets anders dan "gewoon" wijndrinken met een beetje extra aandacht voor de wijn. Wat je nodig hebt, zijn je ogen, neus, tong en geheugen.

Bij het proeven beschouw je opeenvolgend: kleur, geur en smaak van de wijn, om tot je globale waardering te komen. Het onderstaande overzicht helpt bij het ordenen en benoemen van je waarnemingen.

1. kleur

De kleur geeft een indicatie van de ouderdom van de wijn. Witte wijnen worden geler met de jaren, winnen aan kleur, terwijl rode wijnen met de jaren juist kleur verliezen. Indien een wijn niet helder is, kan er sprake zijn van een wijnboer die een wel heel krachtige wijn wil maken of domweg een productiefout. Bij het walsen van de wijn in je glas ontstaan aan de binnenkant "tranen" die iets zeggen over het alcoholgehalte, niet over de kwaliteit van de wijn!

Waar op letten? Gebruikelijke termen
Helderheid Troebel, dof, saai, transparant, helder, glanzend, ...
kleur Voor witte wijn: Waterig, bleek, licht, groenachtig, (citroen)geel, goud, oranje, ...
Voor rode wijn: Paars, granaatrood, steenrood, rood, amber, bruinig, mahonie, ...

2. geur

Reuk is het belangrijkste hulpmiddel bij het beoordelen van een wijn. Proeven is ruiken! Jonge wijnen zijn fruitig en geven hun primaire geuren af, terwijl oudere wijnen een meer complexe geur, bouquet, hebben. Bij het opsnuiven van de geuren, aarzel niet om je neus diep in je glas te steken. Om de geuren los te maken wals de wijn in je glas.

Waar op letten? Gebruikelijke termen
Eerste indruk Neutraal, dicht, bloemig, fruitig, vanille, aromatisch, geparfumeerd, exotische vruchten, intens, complex, houtachtig, scherp, ...
Bouquet Grasachtig, citroen, parfum, viooltjes, abrikoos, munt, aardbeien, frambozen, zwarte bessen, slijpsel, sigarendoos, vanille, kaneel, specerijen, peper, gebrand, dierlijk, mineraal, ...

3. smaak

Je tong onderscheidt zoet (puntje), zout (net achter het puntje van je tong), zuur (zijkanten) en bitter (achterop). Deze 4 smaken worden beïnvloed door temperatuur, gewicht en aard van de vloeistof. Om te proeven, neem een flinke slok van de wijn en "kauw" er op, zodat de wijn zich in je hele mond verspreidt. Door een beetje lucht in je mond te zuigen, stimuleer je dat de geuren via je gehemelte weer bij je neus, bij je reuk komen. Onderscheiden van de smaaknuances ontwikkel je al doende.

Waar op letten? Gebruikelijke termen
Zoetheid Beendroog, droog, half droog, halfzoet, zoet, ...
Tannine Wrang, bitter, droog, soepel, zacht, rijp, ...
Zuurheid Vlak, saai, verfrissend, fris, levendig, zuur, ...
Kracht Licht, dun, zacht, fluweel, stevig, zwaar, ...
smaak Abrikoos, perzik, boter, theebladeren, zwarte bessen, gras, citroen, viooltjes, munt, peper, vanille, kruidig, alcohol, ...
Evenwicht (On)evenwichtig, slap, gestructureerd, ...

4. globale waardering

Na het doorslikken van de wijn, tracht vast te stellen hoe lang de smaak, de afdronk, in je mond blijft hangen. Hoe langer de afdronk, hoe hoger de kwaliteit van de wijn.

Waar op letten? Gebruikelijke termen
Afdronk Kort, lang, geconcentreerd, sterke finale, ...
Kwaliteit Zwak, acceptabel, goed, voortreffelijk, ...

Praktische tips: